DRAMATHERAPIE.

Dramatherapie is

Dramatherapie is gericht op de expressie en beheersing van emoties, het ontwikkelen van reflectievermogen, het uitbreiden van rolrepertoire, en het uitbreiden van interpersoonlijke en communicatieve vaardigheden. In dramatherapie wordt methodisch gewerkt met een fictieve werkelijkheid middels drama- en theaterwerkvormen, dramatherapeutisch spel, scènewerk (fictief spel), rollenspel en psychodramatechnieken als rolwissel en rescripten. 

 

Het doel van dramatherapie is gevoelens leren herkennen, uiten en/of verdragen, het bewerken van negatieve cognities en het uitbreiden van het gedragsrepertoire. De therapie geeft de mogelijkheid om met gedrag te experimenteren. Op deze wijze kan de gewenste gedragsverandering in het leven van de cliënt op gang komen.

01.

Indicatie voor dramatherapie

Dramatherapie kan ingezet worden in alle leeftijdscategorieën en uiteenlopende doelgroepen. Om geïndiceerd te worden voor dramatherapie wordt voornamelijk gekeken naar:

De kernmerken van de patiënt; In dramatherapie wordt er gewerkt met een ervaringsgerichte aanpak. Dit kan helpend zijn voor patiënten die moeten hebben om zich te uiten of dit te reguleren, denk aan bijvoorbeeld angststoornissen, depressie, affectieve problematiek en verwerking van verlies. Het kan tevens helpend zijn voor patiënten die cognitief sterk zijn aangelegd; voor hen die cognitief de aard en achtergrond van de problematiek begrijpen, maar dit niet kunnen doorvoelen. Dramatherapie kan door de ervaringsgerichte aanpak een verandering aanbrengen.  

De aard van de problematiek; Dramatherapie richt zich op klachten, stoornissen en problemen; persoonlijkheidsstoornissen, emotieregulatie, omgaan met stress en verlies, depressie, autisme, sociaal functioneren, contact met het eigen gevoelsleven en zelfbeeld.

Dramatherapie wordt veelal aangeboden in multidisciplinaire context en wordt door de ervaringsgericht werkwijze als versterking van het hulpaanbod en de holistische aanpak van de problematiek

Steunende werkwijzen zijn doorgaans gericht op het voorkomen van achteruitgang in functioneren, het beperken van gevolgen van een stoornis of het op gang brengen van een gestagneerde ontwikkeling. Bij steunende werkwijzen zijn dramatherapeuten duidelijk aanwezig, doordat ze sturend meedoen en meedenken. Ze creëren structuur, veiligheid, moedigen aan of begrenzen de cliënt waar nodig.  

Klachtgerichte werkwijzen zijn gericht op het verminderen van klachten en hebben doorgaans een kortdurend karakter. Vaak zal de therapie vrij directief van aard zijn met cognitief- gedragstherapeutische elementen en oefeningen en opdrachten die invloed hebben op de door de cliënt ervaren problemen. De klachtgerichte werkwijzen hebben zowel steunende als inzicht gevende kenmerken.

De kernmerken van de patiënt; In dramatherapie wordt er gewerkt met een ervaringsgerichte aanpak. Dit kan helpend zijn voor patiënten die moeten hebben om zich te uiten of dit te reguleren, denk aan bijvoorbeeld angststoornissen, depressie, affectieve problematiek en verwerking van verlies. Het kan tevens helpend zijn voor patiënten die cognitief sterk zijn aangelegd; voor hen die cognitief de aard en achtergrond van de problematiek begrijpen, maar dit niet kunnen doorvoelen. Dramatherapie kan door de ervaringsgerichte aanpak een verandering aanbrengen.  

Inzicht gevende werkwijzen zijn doorgaans gericht op het terugdringen van een stoornis, het verbeteren van het psychosociaal functioneren of het (beperkt of verder reikend) inzicht verschaffen in aard en oorzaken van problematiek. Doel is een concrete gedragsverandering tot stand te brengen die een blijvend karakter heeft. Bij de inzicht gevende werkwijzen heeft een dramatherapeut een meer terughoudende, spiegelende en soms confronterende rol. Het is over het algemeen de cliënt zelf die het tempo en themas bepaald.

02.

Kernprocessen dramatherapie

Kernprocessen dramatherapie

De inzet van het lichaam in dramatherapie is vanzelfsprekend in het dramatisch handelen. Er is een directe relatie tussen lichaam en identiteit: het gebruik van het lichaam reflecteert gedrags- en denkpatronen die ontwikkeld zijn op basis van ervaringen. Mensen tonen met hun lichaam wat, hoe én in welke mate stimuli voor hen belangrijk zijn en hoe ervaringen en situaties effect op hen hebben (gehad)

Delen van het zelf of van ervaringen worden in het dramatische materiaal, zoals: rol, attributen, situatie geprojecteerd. De binnenwereld wordt hierdoor op een gecontroleerde wijze geëxternaliseerd en kan in het spelen verkend, bewerkt en veranderd worden.  

 

De context binnen drama is fictief, waardoor ook hele emotionele en diepe processen op een veilige, stapsgewijze manier benadert kunnen worden. De situatie verschilt van de werkelijkheid, maar het handelen, de gedachten en de gevoelens zijn ‘realiteit’. Binnen dramatherapie worden deze gekenmerkt door ‘reële gevoelens in een fictieve context’. 

De wisselwerking tussen dramatherapeutische empathie en distantie bepaalt de dynamiek van verandering in dramatherapie. De ontwikkeling van een empathische houding ten aanzien van een rol, object, dramatische situatie of activiteit is een therapeutisch proces op zichzelf. Distantie vormt de keerzijde van empathie. Distantie refereert aan een betrokkenheid die gericht is op denken, reflectie en perspectief. Het ontwikkelen van distantie kan ook een therapeutisch doel zijn. Een balans tussen empathie en distantie biedt speelruimte en kan met spelvormen geoefend worden. 

De cliënt representeert zichzelf of delen van zichzelf via het dramatische materiaal. Dit kan zijn via een rol, impersonatie of via objecten, personificatie. Met de rol creëert de cliënt een personage wat een fictief of een bestaand persoon kan zijn. Via objecten kunnen symbolisch menselijke eigenschappen worden toegekend, waardoor er met meer distantie mee gespeeld kan worden. 

Als een probleem geïdentificeerd is volgt er een manier binnen drama om dit in beeld te zetten, speelbaar te maken. Vervolgens zorgt het proces van het bedenken, vormgeven, oefenen en uitvoeren van het spel ervoor dat de cliënt de ruimte krijgt om het probleem te exploreren.  Er is ook een mogelijkheid om een andere manier van omgaan met het probleem te spelen en de cliënt volledig de regisseur van de situatie te laten zijn. Symboliseren is een grote kracht in de dramatherapie, het helpt cliënten met het wisselen van perspectieven waardoor verandering bewerkstelligt kan worden. Representatieve interventies en het symboliseren wordt ook in kindertherapie, door spel en verhaal, veel toegepast. 

Binnen dramatherapie kan spelvrijheid bereikt worden Het kan een cliënt terugbrengen bij de vrije expressie of hem juist leren dit te ontwikkelen. Er ontstaat een speelse relatie met de realiteit die meer ruimte biedt aan creativiteit, flexibiliteit en het heroverwegen van ideeën over de reële wereld. 

Transformatie binnen dramatherapie is de weg van werkelijkheid naar spel en vice versa. Zodoende kan er met dramatisch materiaal gespeeld worden binnen een dramatische realiteit. Er kan geïmproviseerd worden en de cliënt kan dan nieuwe mogelijkheden van expressie, emoties en associaties beleven. 

Het interactieve publiek heeft een belangrijke rol. Het gaat zowel over het kijken naar de ander, door de anderen bekeken worden als naar jezelf leren kijken (video, rolwisseling). Door de uitwisseling tussen toeschouwer en speler ontstaat een dynamisch proces van reflectie, inzicht, confrontatie en acceptatie.  

03.

Beroepstaken

De dramatherapeut geeft voorlichting, (preventie)trainingen en advies.

De dramatherapeut werkt in een eigen praktijk of in een instelling samen met andere disciplines. De dramatherapeut voegt zich in het afdelingsbeleid en de keuze van de behandelvisie van deze organisatie en is in staat om de eigenheid van dramatherapie binnen die behandelvisie vorm te geven. Een zelfstandig gevestigde dramatherapeut draagt zelf een behandelvisie uit. In het multidisciplinaire team van een organisatie spreekt de dramatherapeut de taal van het team en kan hij de inhoud van zijn vak duidelijk maken. Voor de zelfstandig gevestigde dramatherapeut is het noodzakelijk een netwerk van psychiaters, psychotherapeuten, maatschappelijk werkers, huisartsen e.d. op te bouwen c.q. de samenwerking mee te zoeken. 

De dramatherapeut kan stagiaires dramatherapie begeleiden en tevens, na enige jaren ervaring, ingezet worden om beginnende collega dramatherapeuten te ondersteunen. 

De dramatherapeut is ingeschreven bij de SRVB, het Register Vaktherapeutische Beroepen en zorgt voor voldoende bij- en nascholing om aan de eisen voor herregistratie binnen dit Register te kunnen voldoen. 

Het overbrengen van kennis en ervaring kan door middel van gastdocent te zijn op een van de opleidingen of het geven van cursussen over de eigen methodiek, evenals het begeleiden van dramatherapeuten in opleiding en het geven van workshops op congressen. Het is van belang dat de dramatherapeut zich ook schriftelijk kan uitdrukken over het vak. Het eigen vaktijdschrift is hiertoe de meest toegankelijke opstap evenals de Nieuwsbrief van de Nederlandse Vereniging voor Dramatherapie, de NVDT. De dramatherapeut dient zich te verdiepen in het aanleveren van evidence based materiaal om de effectiviteit en doelmatigheid van de dramatherapie (wetenschappelijk) te kunnen onderbouwen. Vakliteratuur wordt vanzelfsprekend bijgehouden.  

Om de therapie zo goed mogelijk te laten verlopen, draagt de dramatherapeut zorg voor een goed beheer van werkruimten en materialen. Het verrichten van dramatherapie stelt bijzondere eisen aan de werkruimte en het materiaal dat ten behoeve van de therapieën wordt gebruikt.  

Dramatherapeuten zijn in staat uitleg te geven aan cliënten en buitenstaanders over hun vak op allerlei niveaus binnen en buiten de organisatie waar zij werken. De dramatherapeut kan hiertoe gebruik maken van ontwikkeld materiaal of verwijzen naar de website van de Nederlandse Vereniging voor Dramatherapie. 

Believe in yourself and all
that you are.
Know that there is something inside you that is greater than any obstacle.’
–Christian Larsen-